Aller au contenu principal

Palmarès

Année 2020: Michiel Bastiaensen

"Humane Blootstelling en gezonheidseffecten van fosfaat vlamvertragers en alternatieve weekmakers"

Présentation de Michiel Bastiaensen par Geert Verbeke

VERSLAG

van de jury voor de Prijs Dr. en Mevr. D. Cuypers-Van Eeckhoudt 2020 voor leefmilieu en gezondheid*

Voor de Prijs Dr. en Mevr. D. Cuypers-Van Eeckhoudt 2020 voor leefmilieu en gezondheid, zijn drie kandidaturen ingediend, met name van:
•    Michiel BASTIAENSEN (Universiteit Antwerpen, Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen, Toxicologisch Centrum), met een werk, getiteld: “Humane blootstelling en gezondheidseffecten van fosfaat vlamvertragers en alternatieve weekmakers”.
•    Esmée BIJNENS (Universiteit Hasselt, Centrum voor Milieukunde en Universiteit Gent, Departement Uro-Gynaecologie), met een werk, getiteld: “Twin research and environmental geocoding to unravel nature vs nurture.”.
•    Dries MARTENS (Universiteit Hasselt, Centrum voor Milieukunde), met een werk, getiteld: “Biologische veroudering vroeg in het leven: telomeerlengte bij de geboorte en de rol van omgeving en leefstijl”.

On 21 february 2020 KAGB appointed P.Beutels and G.Verbeke, and ARMB appointed C. Charlier and J. Nève as members of the jury. P. Declerck is representing the National Committee for Health and Environment. The jury deliberated online due to the COVID-19 outbreak. Input was received from all members except P. Declerck. Rankings and motivations were sent to the secretary (G. Verbeke) who compiled all results and shared them with all jury members. The summary was the basis for some further online discussion resulting in a final selection (see below).

Ontvankelijkheid van de kandidaturen
Alle kandidaturen zijn ontvankelijk

Samenvatting en beoordeling van de ingediende ontvankelijke werken
Michiel BASTIAENSEN stelt zich kandidaat met een werk, over “Humane blootstelling en gezondheidseffecten van fosfaat vlamvertragers en alternatieve weekmakers”. Hierin draagt hij bij aan de opheldering van menselijke blootstelling aan fosfaat vlamvertragers (PFRs) en alternatieve weekmakers (APs) en de mogelijke gezondheidseffecten ervan. Beide klassen van chemische stoffen zijn alomtegenwoordig binnenhuis, maar over de mate van menselijke blootstelling is weinig bekend. Met de resultaten van deze epidemiologische studies kan een eerste inschatting gemaakt worden over de effecten op de gezondheid. De kandidaat heeft dit onderzoek opgezet in samenwerking met onderzoeksgroepen uit verschillende landen.

Het ingediende werk van Esmée BIJNENS over “Twin research and environmental geocoding to unravel nature vs nurture” beschrijft haar onderzoek over de effecten van de vroege leefomgevingen van tweelingen, zowel bij de geboorte als op volwassen leeftijd. In dit onderzoek observeerde men dat prenatale blootstelling aan luchtvervuiling en verkeer respectievelijk in verband staan met een suboptimale fetale groei en een verandering in placentale biomerkers van veroudering. Daarnaast bleek dat blootstelling aan verkeer in het vroege leven geassocieerd is met een kortere telomeerlengte, een merker van veroudering, op jongvolwassen leeftijd en dat groen in de vroege woonomgeving geassocieerd is met een lagere bloeddruk in het volwassen leven. Voor haar onderzoek maakte de kandidaat gebruik van een Geografisch Informatie Systeem (GIS) om belangrijke omgevingsparameters te berekenen.

Dries MARTENS stelt zich kandidaat met een werk, over “Biologische veroudering vroeg in het leven: telomeerlengte bij de geboorte en de rol van omgeving en leefstijl”. In dit werk werden belangrijke omgevings- en leefstijlfactoren geïdentificeerd die een rol spelen bij het verouderingsproces vroeg in het leven. Hij kon aantonen dat moeders met overgewicht en een lager opleidingsniveau alsook moeders met een verhoogde blootstelling aan luchtverontreiniging en hitte, baby’s kregen met korte telomeren. Een korte telomeerlengte impliceert dat de moleculaire voorbeschiktheid om oud te worden afneemt. Tot op heden is dit het eerste werk dat op grootschalig niveau telomeerlengte bij pasgeborenen bestudeerde en het belang van de omgeving kon aantonen.

Motivering van het juryvoorstel

Michiel Bastiaensen (born in 1993) received a master degree in biomedical sciences from Antwerp University in 2016 and is expected to get a PhD in Biomedical Sciences in September 2020, also from Antwerp University. This junior candidate has 11 publications, 4 of which as first author (H=4). He spent two months at the California Department of Toxic Substances (Berkely, US) and two weeks at the Seoul National University (Seoul, South-Korea).

Esmée Bijnens (born in 1988) received a master degree in biology from Antwerp University in 2011, and a joint PhD from Hasselt University and Maastricht University in 2016. She has 22 publications, 6 of which as first author (H=9). Her post-doc period resulted in 2 first-author publications. There are no research stays abroad except to follow courses.

Dries Martens (born in 1988) received a master degree in bioengineering from Leuven University in 2011, and a PhD from Hasselt University in 2017. He has 22 publications, 8 of which as first author. His post-doc period resulted in 3 first-author publications. He spent one month at the Umea University in Sweden.

Esmée Bijnens and Dries Martens are obviously more senior, and performed their doctoral and post-doctoral research within the same research unit, with Tim Nawrot as PI. Michiel Bastiaensen, on the other hand, is a very junior researcher who nevertheless has shown great potential already. His research excels in originality, and potentially has many applications in studies on the impact of environment on the incidence of many different pathologies.

Two jury members ranked Bijnens as highest. The other two jury members ranked Bastiaensen as highest, while the first two ranked this candidate as lowest. This reflects the large discrepancy in seniority between both candidates, so the jury had to reach a decision about awarding the more senior candidate (Bijnens, PhD in 2016) with better research output, or the more junior candidate (Bastiaensen, PhD expected in September 2020) who could never have reached the same quantitative level of output, but already co-authored 11 publications, 4 of which as first author. The latter candidate also had the longest research stay abroad (2 months Berkely, 2 weeks Seoul) of all three candidates. Furthermore, the candidates Bijnens and Martens are from the same research unit which was awarded with this same prize in 2018. Based on all these considerations, the jury agreed to award the prize to Bastiaensen, in order to pick a different research group, but more importantly, to show appreciation of the work performed by a junior researcher and to stimulate him to further extend his very promising line of research.

The jury therefore proposes to confer the Prize “Dr. en Mevr. D. Cuypers-Van Eeckhoudt 2020 voor leefmilieu en gezondheid” upon Michiel Bastiaensen.

The secretary,
Geert Verbeke, KAGB

 

Prijs Dr. en Mevr. D. Cuypers-Van Eeckhoudt voor leefmilieu en gezondheid 2020

Humane blootstelling en gezondheidseffecten van fosfaat vlamvertragers en alternatieve weekmakers

door Michiel Bastiaensen, PhD

    In de moderne maatschappij wordt de mens constant blootgesteld aan een mengeling van chemische stoffen afkomstig vanuit het milieu. Sommigen daarvan zijn onschuldig, anderen hebben gekende toxische effecten, maar voor het overgrote deel van deze organische contaminanten is er amper gezondheidskundige informatie beschikbaar. Elk jaar worden er bovendien nieuwe chemische stoffen op de markt gebracht, vaak ter vervanging van stoffen die gereguleerd werden. Organofosfaat vlamvertragers (phosphate flame retardants, afgekort PFRs) zijn een relatief nieuwe klasse van vlamvertragers en weekmakers waarvan het gebruik in het afgelopen decennium sterk is toegenomen. PFRs worden toegepast in onder meer meubels, kledij, elektronica, verf, en polyvinylchloride (PVC) en kunnen in elke woning teruggevonden worden. Ook alternative plasticizers, afgekort APs, komen steeds meer voor als weekmakers in plastics. Er is echter weinig geweten over de mate waarin de mens hieraan blootgesteld wordt en of die blootstelling nadelige gezondheidseffecten met zich meebrengt, hoewel ook sommige PFRs en APs vermoedelijk carcinogeen of hormoonverstorend zijn.
    Het kwantificeren van milieublootstelling gebeurt in traditionele biomonitoringstudies meestal door een concentratiebepaling van een contaminant (of de metabolieten ervan, zogenaamde biomerkers) in urine. Daarvoor zijn betrouwbare analytische methoden nodig die op een eenvoudige en snelle manier meerdere contaminanten kunnen meten. Verder bouwend op voorgaand onderzoek van het Toxicologisch Centrum heeft Michiel twee methodes ontwikkeld, voor de bepaling van metabolieten van PFRs en APs in urine. Deze methodes zijn gebaseerd op vaste-fase extractie gevolgd door analyse met vloeistofchromatografie gekoppeld aan tandem massaspectrometrie. De gevoeligheid van deze methodes laat toe om zeer lage concentraties (pg/mL) accuraat en precies te bepalen.
    Biomonitoringstudies die gebruik maken van metabolieten in urine stellen ons in staat om de totale interne blootstelling van een populatie te relateren aan factoren die deze kunnen beïnvloeden. Een significante correlatie tussen PFRs in huisstof en hun metabolieten in urine toont aan dat de inname van stof een belangrijke blootstellingsroute is. Deze studie bracht ook aan het licht dat Japanse kinderen gemiddeld gezien een hogere blootstelling hebben aan tris(2-butoxyethyl) fosfaat (TBOEP), een weekmaker gebruikt in vloerlak. Persoonlijke factoren zoals geslacht, gezinsinkomen, het gebruik van PVC en het ventileren van de woonkamer hebben invloed op de biomerker concentraties in urine.
    Daarnaast kan in associatiestudies verder onderzocht worden of de gemeten blootstelling verband houdt met een of meerdere gezondheidseffecten. Zo werd recentelijk een significante associatie gevonden tussen blootstelling aan PFRs en allergische symptomen zoals rhinoconjunctivitis en eczeem. In een Japanse populatie van kinderen werden niet alleen individuele PFR biomerkers positief geassocieerd met merkers van oxidatieve stress, maar ook de mix van verschillende PFRs hield significant verband met deze pathofysiologische merkers. Dit is interessant aangezien de mens in het echte leven continu aan een complexe mix van stoffen wordt blootgesteld en oxidatieve stress een proces is dat een belangrijke rol speelt in astma, inflammatie en andere allergische ziektebeelden.
    Ten slotte, hebben we in het afgelopen jaar deze blootstelling ook voor Vlaamse jongeren in kaart gebracht. Binnen het Steunpunt Milieu en Gezondheid, een biomonitoringplatform dat al 15 jaar lang de relatie tussen milieublootstelling en gezondheidseffecten onderzoekt, werden biomerkers van PFRs en APs voor het eerst gemeten. Hieruit bleek dat ook Vlaamse jongeren veelvuldig blootgesteld worden aan deze nieuwe stoffen, maar gelukkig waren er slechts enkelen van hen met een blootstelling boven de gezondheidskundige richtwaarden.
    Humane biomonitoring studies zijn van grote maatschappelijke waarde: enerzijds omdat ze gebruik maken van een subset van de algemene populatie waardoor de bevindingen breed toepasbaar zijn, anderzijds omdat er vaak een directe verbinding is met beleidsmakers van verschillende overheden. In deze context heeft het onderzoek van Michiel aangetoond dat nieuwe contaminanten zoals PFRs en APs frequent op te sporen zijn in de mens en dat deze blootstelling mogelijks schadelijke effecten kan hebben op onze gezondheid.

 

Année 2017 : Karen Vrijens