Académie royale de Médecine de Belgique

|

Prijzen en beurzen van de stichting Docteur Albert Dubois

Dr Albert DUBOIS (1888-1977), Directeur 1947-1958 van het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde

Albert Dubois, één van de bezielers van de wetenschappelijke tropische geneeskunde, verdient een eervolle vermelding in het guldenboek van de grondleggers van die wetenschap.

Op twee gebieden heeft hij zijn sporen verdiend. Vooreerst was er zijn totale inzet om het menselijk lijden te velde te verlichten, tegen de achtergrond van de medische strijd die in het begin van de XXste eeuw in Centraal-Afrika werd geleverd. Daarnaast vormde, begeleidde en motiveerde hij onafgebroken verschillende generaties van geneesheren van Belgische en talrijke andere nationaliteiten die hun beroep in tropisch Afrika wilden uitoefenen.

Van zijn enorme intellectuele capaciteiten wist hij optimaal gebruik te maken. Tijdens zijn jeugdjaren voelde hij zich, als natuurliefhebber in hart en nieren, sterk aangetrokken tot de biologische oceanografie in de Noordzee. Aan de andere kant had hij een uitgesproken voorliefde voor de scheikunde, de discipline waarin zijn vader een wetenschappelijke carrière had opgebouwd. Op 16-jarige leeftijd stond hij voor een dilemma : kiezen voor de faculteit van de wetenschappen of die van de geneeskunde. Zijn keuze werd bepaald door zijn sterke bekommernis om het lijden van zijn medemensen te helpen verlichten.

Op zijn drieëntwintigste vertrok hij, als dokter in de geneeskunde en met het diploma van het Instituut voor Tropische Geneeskunde op zak, naar het toenmalige Kongo. Hij was er werkzaam in het vermaarde hospitaal voor mensen die aan de slaapziekte leden. Daarnaast hield hij zich bezig met onder­zoek in het laboratorium te Leopoldstad. De combinatie lag voor de hand, omdat - naar zijn eigen zeggen - de meningen omtrent de oorsprong, diagnose en behandeling van de slaapziekte "een voedingsbodem voor vragen" vormden. De problema­tiek van de trypanosomiasis zou hem niet meer loslaten.

Hij was er zich sterk van bewust dat het overbrengen van de zieken naar Leopoldstad helemaal geen sinecure was. Daarom ging hij zelf naar de mensen in de dorpen en houtposten langs de stroom. Deze nieuwe benadering kondigde reeds de komst van de mobiele eenheden aan, die een centrale rol zouden gaan spelen in de strijd tegen trypanosomiasis.

Daarna legde hij zich toe op de studie van het fenomeen lepra. Zijn werkterrein was Uele, een streek die hij zeer goed kende. Hij had er immers een poging ondernomen om het mogelijke verband te ontdekken tussen onchocerciasis en Kongolese elephantiasis, twee ziekten waarvan de coïncidentie in die mooie streek erg groot was. Hij was diep ontgoocheld dat hij er niet in geslaagd was zelf de etiologie van die elephantiasis te kunnen bepalen.

Toen bekend raakte dat de prevalentie van lepra in de Nepoko het wereldrecordcijfer van 4% behaalde, bundelde hij zijn krachten met het toenmalige Rode Kruis van Kongo. Uit die samenwerking ontstond het anti-lepracentrum van Pawa. De leprologen van die instelling werden erg gestimuleerd door de steun en waardevolle adviezen van hun uitzonderlijke werkgever. Zijn hulp lever­de tastbare resultaten op : er werden landbouwdorpen gebouwd voor lepralijders en men richtte een laboratorium op voor lepra-onderzoek, dat in 1934 ondergebracht werd in het anti-lepracentrum. Deze activiteiten, die ondanks een aantal pijnlijke en soms zelfs tragische gebeurtenissen nooit werden stopgezet, resulteerden in een sterk gedaalde prevalentie tot 0,7 à 1%, een lage besmettingscoëfficiënt, en zorgden er bovendien voor dat het aantal besmette kinderen en multibaci­lairen erg klein was geworden.

Ook het lot van de in België verblijvende lepralijders trok Dubois zich aan. Bij de hulp die hij aan zijn patiënten verstrekte, kon men hem nooit op een fout betrappen want hij bood hen tegelijkertijd competentie, toewijding, discretie en steun. Ze voelden zich niet langer lepralijders maar gewone zieken.

Een van zijn uitgaven, die in 100 bladzijden de essentie van lepra samenvat en opgedragen is aan pater Damiaan, kan model staan voor de moeilijke discipline om zich te beperken tot het essentiële. Diezelfde uitzonderlijke kwaliteit treft men aan in zijn verhandeling "Les Maladies des Pays Chauds". Deze werken zijn, omwille van de hoogst betrouwbare informatie die ze bevatten, onmisbaar in de bibliotheek van alle artsen die in Centraal-Afrika actief waren. Bovendien betekenen ze een blijvende herinnering aan zijn lessen, die hun professionele denk- en zienswijze op de gezondheidsproblemen positief zullen blijven beïnvloeden. Ze vormen de neerslag van het onderricht op een uitzonderlijk hoog niveau, waaruit het profiel van een man met een goed gedocumenteerde, universele interesse naar voren komt. Zowel kennis en ervaring als bekentenissen van onzekerheid en onwetendheid treft men erin aan.

Zijn wijze woorden hebben een blijvende indruk gemaakt op generaties van dokters in de tropische geneeskunde, die er openlijk voor uitkomen dat hij hun leermeester is geweest op het vlak van de gezondheidsproblemen in de tropen.

De echtgenote van Albert Dubois, Simone Brigué, bracht een groep vrienden en verwanten van hem samen, en zij realiseerden zich het belang van zijn sterke invloed. Zij meenden dat de humane en veterinaire tropische geneeskunde er slechts wel bij zou varen als zijn sterke invloed bewaard zou blijven in een vorm die aangepast zou zijn aan de actuele noden.

De Stichting “ Docteur Albert Dubois", het resultaat van deze samenkomst, besloot daarom een vijfjaarlijkse prijs uit te schrijven, met als doel de klinische en/of experimentele research op het vlak van de humane en veterinaire ziekten te stimuleren. Deze prijs was het ideale middel om, ook na de dood van deze belangrijke persoonlijkheid, de continuïteit van zijn pathologisch onderzoek in de tropische landen te verzekeren. Door dat onderzoek zou het aantal onopgeloste vraagstukken op dat gebied stilaan moeten afnemen.

De " Académie royale de Médecine de Belgique" stemde erin toe om, onder haar supervisie, de toekenning van de prijs "Docteur Albert Dubois" te organiseren. Tijdens zijn leven was Albert Dubois trouwens één van de meest eminente leden van die vereniging.

Iedereen die zich bezighoudt met de ontwikkelingen in de humane en veterinaire tropische geneeskunde, kan voor deze prijs van 12.500 euro in aanmerking komen.

 P.G. Janssens (1910-2005) Directeur Prins Leopold ITG 1957-1976   

 De echtgenote van Dr. Albert Dubois, Simone Brigué, stierf op kerstavond in 2010 zonder erfgenamen en liet het overgrote deel van haar nalatenschap na aan de Stichting. Dankzij dit legaat kon de raad van beheer de Prijs ter waarde van 12.500 € driejaarlijks uitreiken, een driejaarlijkse beurs creëren voor het laatste doctoraatsjaar ter waarde van 50.000 € en de namen van Dr. Dubois en zijn echtgenote opnemen in de benaming van de Prijs en de beurs, die vanaf dan « Prijs en beurs Dubois-Brigué » heten.

                                                                                                                                  Brussel, 2013

 

Mevrouw Simone Dubois-Brigué, omgeven door drie opeenvolgende directeurs van het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde Profs Drs Luc Eyckmans, Pieter Gustaaf Janssens en Bruno Gryseels